Selecteer een pagina

Misschien ben je ook moeder en herken je het helemaal. Terwijl je naar je kinderen kijkt die in hun veilige, warme bed liggen te slapen, breekt je hart steeds weer een stukje voor de kinderen ergens anders op de wereld. Kinderen die een hele andere start krijgen. Scott begint als kleuter steeds meer verschillen te zien. Over dingen die hem opvallen in het leven en die hij hardop benoemt, knoop ik het gesprek aan. Ik neem je in dit blog mee in hoe wij de kinderen leren oog te hebben voor de ander.

Heb uw naaste lief, zoals u zelf

Dit ‘gebod’ komt uit de Bijbel. Het woord gebod klinkt heel streng. Eigenlijk wordt er mee bedoeld dat het respecteren en zien van de ander het uitgangspunt moet zijn bij alles wat je wilt doen, zeggen of denken in je leven. Een leefregel die in veel religies en overtuigingen de basis vormt. Of zoals onze wijlen Burgermeester Van der Laan zei: “Zorg goed voor elkaar!”.

Hoe basic ook, het is voor ons allemaal nog best lastig om dit gebod écht in de praktijk te brengen. Vooral voor kinderen. Die toch een beetje egocentrisch zijn aangelegd. Ze zien verschillen en benoemen dat. Ze moeten nog ontdekken wat wel en niet kan, wat je wel en niet kunt zeggen.

Een eerste stap die we met onze kinderen hebben genomen, is regelmatig benoemen en uitleggen dat wij het goed hebben. Dat andere kindjes in Nederland en in andere landen minder ‘geluk’ hebben. Minder verwend zijn. Want laten we eerlijk wezen: dat zijn ze écht wel met een grote familie die met kadootjes op verjaardagen én pakjesavond komen. Tel daarbij een bloggende moeder op die regelmatig perspakketten krijgt.

Gesprekken met onze kleuter

Scott begint als kleuter steeds meer verschillen te zien. Over dingen die hem opvallen in het leven en die hij hardop benoemt, knoop ik het gesprek aan. Met de volgende voorbeelden hoop ik je uit te dagen om ook zulke gesprekken te voeren met je kind(eren):

Delen met een ander

“Die kunnen andere kindjes straks nog aan he, mam?”. Of: “Daar kan een ander kindje mee spelen”. Dat hoor ik Scott wel eens zeggen over kleren die hij niet meer past of speelgoed waar ze te groot voor zijn geworden. Veel daarvan brengen we naar de lokale voedselbank. Zij verdelen die kleertjes onder kindjes die het heel goed kunnen gebruiken. Ook met speelgoed doen we dat zo nu en dan. Ik laat ze bewust helpen met inpakken. Ze zijn dan megatrots als ze hun mooie spullen mogen doorgeven aan andere kindjes. Skye laat ik ook wel eens een boekje of puzzeltje mee naar school nemen. Dat mag dan op school blijven zodat er samen uit gelezen of gespeeld kan worden. Van de week gaf ik haar nog het Rupsje Nooit Genoeg Voelboek mee. Een boek dat bij ons er niet meer bij werd gepakt. Zo leert ze op haar manier dat iets wat van jou is niet alleen maar van jou hoeft te blijven.

Eerlijk delen

Tijdens de lockdown heeft Scott in de thuisonderwijslessen opdrachten gekregen over eerlijk verdelen: wanneer is nou iets eerlijk verdeeld en hoe doe je dat dan? We merken dat hij dat principe begint te projecteren op andere aspecten van het leven. Zo beseft hij dat wij best in een groot huis wonen. Wanneer hij daarover begint, hebben we het erover hoe fijn dat is. Daarna praten we door: over hoe belangrijk het is om een veilig huis met een dak te hebben en over kindjes die dat niet hebben.

Anders zijn I

Over een vriend van de familie die uit Iran is gevlucht zei Scott een tijd terug: “Ik vind hem een beetje gek”. Ik vroeg hem waarom. Wat bleek: omdat hij anders praatte. Ik heb uitgelegd waarom dat zo was. Hij is niet in Nederland geboren, maar in een ander land. Daar heeft hij altijd gewoond totdat de baas van het land hem in de gevangenis had gegooid. Hij had niemand iets kwaads gedaan. Dat gebeurde alleen maar omdat hij christen was. Hij werd uiteindelijk weer vrijgelaten. Maar de baas van het land was nog steeds heel erg boos op hem. In Iran blijven was te gevaarlijk. Via heel veel andere landen is hij in Nederland terecht gekomen. Ik eindigde mijn verhaal dat Nederland fijn is om in te wonen: je mag er zijn wie je bent, je mag geloven in wie of wat je maar wilt.

Anders zijn II

Tijdens een weekendje weg laatst bezochten we het museum Bevrijdende Vleugels. Een museum dat het bevrijdingsverhaal van de Tweede Wereldoorlog vertelt. Zo zagen we de Jodenster die Joodse mensen moesten dragen, omdat ze ‘anders’ waren. We hebben natuurlijk niet alles nog in geuren en kleuren vertelt. Wel dat de gemene soldaten veel Joodse mensen gevangen hebben genomen en pijn hebben gedaan. Je kon de radartjes in dat kleine hoofdje zien draaien. Toen kwam die vraag: “Maar waarom heeft God dan die slechte mensen gemaakt?”. Leg dat meer eens uit J We kozen ervoor om te vertellen dat iedereen in zijn leven de keuze heeft om goede dingen te doen voor elkaar, of niet. Dat gelukkig de meeste mensen voor het goede kiezen, maar sommigen boeven niet. En dat het dapper is om op te komen tegen de kwade dingen.

Benoem verschillen positief

Nog een tip. Net als mij ben je waarschijnlijk gauw geneigd om iets te zeggen als: “Andere kindjes hebben niet zoveel speelgoed als jij”. Zo’n uitspraak legt de nadruk op wat de ander niet heeft (of is). Er zit – vind ik – eigenlijk een stukje waardeoordeel in. Alsof wat wij hebben de norm zou moeten zijn. Daarmee leer je je kind niet echt te kijken naar de ander maar steeds het vanuit ons perspectief te bekijken. Even heel kort door de bocht alle gedragsbeïnvloedingstheorieën samengevat: als je iemand iets wilt leren of laten doen, benoem dan nooit dat iets niet goed is of iets niet mag. Je lokt het gedrag dan juist uit of wakkert juist de negatieve associatie aan. Over het naar school kunnen gaan, zeg ik bijvoorbeeld wel eens tegen Scott: “Alle kindjes willen graag naar school. Het is fijn dat je naar school kunt”.

Chosen

Scott beseft dus redelijk dat niet iedereen hetzelfde is (en hoeft te zijn), dat het niet eerlijk verdeeld is in de wereld en dat jezelf voor de goede dingen kunt kiezen. Maar hoe ziet het leven van een kindje in een arme regio ergens anders in de wereld er dan uit? Er is nog zoveel daarover te vertellen. We hebben het nog nooit met hem gehad over schoon drinkwater. Alleen dat hij de kraan tijdens het tandenpoetsen moet dicht doen. We hebben het nog niet met hem gehad over dat veel kindjes niet naar school kunnen. Over hoe belangrijk school is voor je toekomst. Over andere mensen die belangrijke beslissingen over de leventjes van kinderen nemen (denk aan ouders die kindhuwelijken arrangeren).

Daarom nemen we binnenkort een belangrijke stap: we gaan ons aanmelden voor Chosen. Via hetkindsponsorprogramma Chosen van World Vision kiest een kind óns uit als sponsor. Kinderen krijgen zo de kans om (misschien wel voor het eerst) ergens over te beslissen. Ze zijn zo ook minder kwetsbaar. Er hoeft niet te worden afgewacht wanneer jij wordt gekozen. Dat is nooit een leuk gevoel. Het kiezen van de sponsor vindt plaats op kindsponsorfeestjes. Bekijk vooral eens het filmpje hieronder met een impressie van zo een kindsponsorfeestje. Heel ontroerend om te zien. Ik ben bang dat ik het zelf ook niet droog houdt als we gaan ontdekken welk kindje ons heeft gekozen.

Ik kijk enorm uit naar de post die we gaan ontvangen van ons sponsorkindje. Ik weet nog dat ik het als kind super interessant vond om die post te zien bij mijn beste vriendinnetje, waar ze toen al een kindje sponsorde. Ik weet zeker dat Scott enveloppen gaat vouwen om post terug te sturen. En dat Skye lekkere krastekeningen gaat maken. Dat ze allebei met dikke duimen omhoog staan op de foto die we gaan maken om op te sturen. Want dat is het nieuwe “cheeeeese” hier.

Doe je ook mee? Via Chosen draag je bij aan een betere toekomst voor kinderen. Op plekken in de wereld met de meest kwetsbare kinderen, gaat World Vision het gesprek aan met de lokale bevolking: welke hulp is er echt nodig? Ook kinderen worden bij die gesprekken betrokken. Zij staan centraal: wat zijn hun behoeften en dromen? Chosen maakt vervolgens die hulp mogelijk. Of eigenlijk moet ik zeggen: samenwerking. Samenwerken aan duurzame oplossingen en zelfredzaamheid!